Zomerrust als genadegave Zomerrust als genadegave
Laat ieder doen zoals hij in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.
(2 Korintiërs 9: 7)

De zomertijd is aangebroken. Een periode waarin het verenigingsleven in onze gemeente stilvalt, de scholen gaan dicht en velen van ons zullen zich opmaken voor een welverdiende vakantie. Als we terugkijken op de achterliggende maanden, hebben we als gemeente en als gezinnen veel ontvangen. We mogen reflecteren op een tijd waarin de Heere ons trouw heeft omringd met Zijn zorg en waarin we talloze zegeningen mochten ervaren. Ook de rust en de ruimte van de komende vakantietijd zijn zo'n zegen; het is een concrete gave van God waar we dankbaar voor mogen zijn. In Prediker 3 vers 13 lezen we immers al dat het genieten van het goede van al ons zwoegen een gave van God is. Juist in deze overgang naar een periode van rust houdt de apostel Paulus ons in 2 Korinthe 9 een spiegel voor over onze houding tegenover al die ontvangen gaven. Vakantie vieren is immers niet los te verkrijgen van onze dankbaarheid aan de Gever.

Zaaien in tijden van rust
Paulus gebruikt een beeld uit het boerenleven dat haaks lijkt te staan op het concept van vakantie: de wet van zaai en en oogsten. "Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie overvloedig zaait, zal ook overvloedig oogsten" (vers 6). Een landbouwer die zijn zaad in de grond stopt, gooit het voor het oog weg. Het lijkt alsof hij er armer van wordt. Toch doet hij het in het volle vertrouwen dat de Heere God de wasdom zal geven. Dit sluit aan bij de wijsheid uit Spreuken 11 vers 24: "Er zijn er die overvloedig uitdelen en nog rijker worden, en er zijn er die meer inhouden dan rechtmatig is, maar het leidt tot gebrek."
Vakantie vraagt om een investering in tijd en geld. De verleiding is soms groot om de hand op de knip te houden voor het werk in Gods Koninkrijk, omdat we de middelen voor onszelf willen reserveren. Maar Paulus nodigt ons uit om juist in deze rustperiode met de blik van het geloof te kijken. Geven aan de kerk en de naaste is geen verliespost; het is zaaien. Het is een daad van vertrouwen dat onze hemelse Vader zorgt. Maleachi 3 vers 10 daagt ons daarin uit: "Beproef Mij toch hierin (…) of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen en zegen over u zal uitgieten." De rust die we zoeken in de vakantie begint bij dit funda­ mentele vertrouwen.

Blijmoedig genieten en delen
Het hart van het hoofdstuk klopt in vers 7: "Laat ieder doen zoals hij in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief." Hier raakt de apostel de kern van de prediking: de wet kan ons niet dwingen tot ware liefde; dat kan alleen het Evangelie. God vraagt geen offers die voortkomen
uit schuldgevoel of wettische plicht. Hij zoekt een hart dat overstroomt van dankbaarheid, ook tijdens de zomer­dagen.
Blijmoedig geven betekent dat we mogen delen omdat we zelf zoveel hebben ontvangen. Als we beseffen hoe groot de genade van God is in de Heere Jezus Christus – Die om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden (2 Korinthe 8:9) – dan verandert onze kijk op bezit. Dan is onze bijdrage aan de kerk of het diaconaat tijdens de zomermaanden geen verplichting, maar een antwoord van liefde. De ware rust voor onze ziel vinden we immers niet in een vakantieoord, maar in Hem.

Een stroom van dankzegging
Wat is het effect van deze vakantie­overdenking? Paulus laat zien dat onze houding God de eer brengt. Onze gaven, ook als de kerkbanken in de zomer leger zijn, bewerken een stroom van dankzegging aan God.
Als we straks genieten van de rust en de schepping, laten we dan niet vergeten om de Gever te eren. Laten we als gemeente overvloedig blijven zaaien, in de wetenschap van 1 Kronieken 29 vers 14: "Want het komt alles van U, en uit Uw hand hebben wij het U gegeven."

Een levenslied hierbij is Heer, U bent mijn leven
(Hemelhoog 479 of Weerklank 439).

Heer, U bent mijn leven, de grond waarop ik sta.
Heer, U bent mijn weg, de waarheid die mij leidt.
Uw Woord is het pad, de weg waarop ik ga.
Zolang U mij adem geeft, zolang als ik besta.
Ik zal niet meer vrezen, want U bent bij mij.
Heer, ik bid U, blijf mij nabij.

Heer, U bent mijn kracht, de rots waarop ik bouw.
Heer, U bent mijn waarheid, de vrede van mijn hart.
En niets in dit leven zal ons scheiden, Heer.
Zo weet ik mij veilig, want Uw hand laat mij nooit los.
Van wat ik misdaan heb, hebt U mij bevrijd.
En in Uw vergeving leef ik nu.

Vader van het leven, ik geloof in U.
Jezus, de Verlosser, wij hopen steeds op U.
Kom hier in ons midden, Geest van liefde en kracht.
U, Die via duizend wegen ons hier samen bracht.
En op duizend wegen zendt U ons weer uit,
om het zaad te zijn van Gods rijk.

Een gezegende en rustige vakantietijd toegewenst!
 
Martin Padmos
juli/augustus 2026
terug