Liturgie 7-6-2026 - avonddienst Liturgie 7-6-2026 - avonddienst
ORDE VAN DIENST – HERV. GEMEENTE KRIMPEN AAN DE LEK – ZO. 7 JUNI 2026 – 18.30 UUR
Ds. J. Smit, Katwijk aan Zee

Orgelspel – mededelingen – aanvangslied: Psalm 84 : 5 en 6 Weerklank
 
5. O God, ons schild, wil met ons gaan,
zie Uw gezalfde gunstig aan.
Wij reizen naar Uw stad, o Koning.
Eén dag is in Uw huis mij meer
dan duizend zonder U, o HEER.
Ik wil nog liever bij Uw woning
alleen maar aan de drempel staan
dan bij de bozen binnengaan.

6. Want God, de HEER, is goed en mild
en voor Zijn volk een zon en schild.
Eer en genade zal Hij geven.
U zult het goede niet, o HEER,
onthouden hun die tot Uw eer
steeds in oprechtheid voor U leven.
Welzalig, HEER, wie op U bouwt,
en zich geheel U toevertrouwt.
 
Persoonlijk gebed – Votum en Groet – zingen: Psalm 33 : 8 Weerklank
 
8. Laat ons des HEEREN lof ontvouwen.
In Hem verblijdt zich ons gemoed,
omdat wij op Zijn Naam vertrouwen,
die Naam, zo heilig, groot en goed.
Zend, o grote Koning,
uit Uw hemelwoning
Uw genade neer.
Wij, die U belijden,
ons in U verblijden,
hopen op U, HEER.
 

Geloofsbelijdenis – zingen: Psalm 107 : 1 Weerklank
 
1. Looft, looft de HEER gestadig
om Zijn goedgunstigheid.
De HEERE is genadig
tot in der eeuwigheid.
Wie Hij heeft thuisgebracht
uit alle hemelstreken,
verlost uit vreemde macht,
die mogen thans zo spreken.
 

Gebed om schuldvergeving en om verlichting met de Heilige Geest

Schriftlezing: Handelingen 13 : 13 – 49 HSV
13 En Paulus en zij die bij hem waren, voeren van Pafos weg en kwamen in Perge aan, een stad in Pamfylië. Maar Johannes verliet hen en keerde terug naar Jeruzalem. 14 En zij gingen vanuit Perge het land door en kwamen in Antiochië in Pisidië; en zij gingen op de dag van de sabbat de synagoge binnen en gingen daar zitten. 15 En na het voorlezen van de Wet en van de Profeten lieten de hoofden van de synagoge tegen hen zeggen: Mannenbroeders, als er bij u een woord van bemoediging voor het volk is, spreek dan. 16 Toen stond Paulus op, wenkte met de hand en zei: Israëlitische mannen en u die God vreest, luister: 17 De God van dit volk Israël heeft onze vaderen uitverkoren en het volk verhoogd toen zij vreemdelingen waren in het land Egypte, en Hij heeft hen met een machtige arm daaruit geleid. 18 En Hij heeft gedurende de tijd van ongeveer veertig jaar hun doen en laten verdragen in de woestijn. 19 En nadat Hij in het land Kanaän zeven volken uitgeroeid had, verdeelde Hij hun land onder hen door het lot. 20 En daarna gaf Hij hun ongeveer vierhonderdvijftig jaar richters, tot aan de profeet Samuel. 21 En van toen af vroegen zij om een koning, en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam van Benjamin, gedurende veertig jaar. 22 En nadat Hij hem had afgezet, verwekte Hij David voor hen tot koning; Hij gaf ook getuigenis van hem met de woorden: Ik heb David, de zoon van Isaï, gevonden, een man naar Mijn hart, die alles zal doen wat Ik wil. 23 Uit zijn nageslacht heeft God voor Israël, volgens de belofte, de Zaligmaker Jezus doen voortkomen, 24 nadat Johannes, voorafgaand aan Zijn komst, eerst aan heel het volk Israël de doop van bekering gepredikt had. 25 Maar toen Johannes zijn loop aan het volbrengen was, zei hij: Wie denkt u dat ik ben? Ik ben de Christus niet; maar zie, Hij komt na mij, bij Wie ik het niet waard ben de sandalen aan Zijn voeten los te maken.
26 Mannenbroeders, kinderen van het geslacht van Abraham, en wie onder u God vrezen, tot u is het woord van deze zaligheid gezonden. 27 Want de inwoners van Jeruzalem en hun leiders, die Hem niet kenden, hebben door Hem te veroordelen de uitspraken van de profeten vervuld, die iedere sabbat voorgelezen worden. 28 En hoewel zij geen reden voor Zijn dood vonden, vroegen zij Pilatus Hem te laten doden. 29 En toen zij alles volbracht hadden wat er over Hem geschreven was, namen zij Hem van het hout af en legden Hem in het graf. 30 Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt; 31 en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen die met Hem opgegaan waren van Galilea naar Jeruzalem en die nu Zijn getuigen zijn bij het volk. 32 En wij verkondigen u de belofte die aan de vaderen gedaan is, namelijk dat God die vervuld heeft aan ons, hun kinderen, door Jezus te verwekken, 33 zoals ook in de tweede psalm geschreven staat: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt. 34 En dat Hij Hem uit de doden heeft doen opstaan om niet meer tot ontbinding terug te keren, heeft Hij zó gezegd: Ik zal u de weldaden van David geven, die betrouwbaar zijn; 35 daarom zegt hij ook in een andere psalm: U zult Uw Heilige niet overgeven om ontbinding te zien. 36 Immers, David is ontslapen nadat hij in zijn tijd het raadsbesluit van God uitgediend had, en hij is bij zijn vaderen gelegd en heeft wel ontbinding gezien; 37 maar Hij Die God opgewekt heeft, heeft geen ontbinding gezien.
38 Laat het u dan bekend zijn, mannenbroeders, dat door Hem aan u vergeving van de zonden verkondigd wordt 39 en dat ieder die gelooft, door Hem gerechtvaardigd wordt van alles waarvan u door de wet van Mozes niet gerechtvaardigd kon worden. 40 Pas dan op dat u niet overkomt wat er gezegd is in de profeten: 41 Zie, verachters, verwonder u en verdwijn, want Ik verricht een werk in uw dagen, een werk dat u niet zult geloven als iemand het u vertelt.
42 En toen de Joden weggegaan waren uit de synagoge, drongen de heidenen erop aan dat op de volgende sabbat dezelfde woorden tot hen gesproken zouden worden. 43 En toen de synagoge uitgegaan was, volgden velen van de Joden en van de godvrezende proselieten Paulus en Barnabas. Die spraken tot hen en spoorden hen aan om bij de genade van God te blijven. 44 En op de volgende sabbat kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen. 45 Maar toen de Joden de menigten zagen, werden zij met afgunst vervuld en spraken tegen wat er door Paulus gezegd werd; zij spraken niet alleen tegen, maar lasterden ook. 46 Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. 47 Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste van de aarde. 48 Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven. 49 En het Woord van de Heere verbreidde zich door heel het land.

Zingen: Psalm 89 : 9
 
9. Oudtijds hebt Gij, o HEER, Uw hoge plan ontvouwd,
aan mensen naar Uw hart Uw woorden toevertrouwd:
Met hulp heb Ik omkleed, met heil heb Ik omgeven
de koninklijke held, uit al het volk verheven,
David mijn trouwe knecht, dien Ik heb uitverkoren,
dien Ik met olie zalf, hem zal het rijk behoren.
 

Preek - tekst – Handelingen 13 : 43b HSV  … om bij de genade van God te blijven.

Zingen: Lied 484 : 1, 2, 3 en 4 Weerklank
 
1. Gena van God, hoe loof ik U,
voor redding onverdiend.
Verloren eens, gevonden nu,
een blinde die mag zien.

2. Genade toonde mij mijn schuld
en heeft mij vrijgekocht.
Gena heeft mij met dank vervuld,
toen ik geloven mocht.
 
3. Door veel gevaren ging mijn reis,
door tegenspoed en kruis.
Genade heeft mij steeds geleid,
genade brengt mij thuis.

4. Ja, als dit hart, dit vlees bezwijkt
na deze levenstijd,
zal ik beërven in Gods rijk
de eeuw’ge zaligheid.
 
Dankgebed en voorbeden

Slotzang: Lied 62 : 1, 4 en 5 Weerklank
 
1. Wij willen God de ere geven
en maken Zijn genade groot;
want wij zijn voor de zonde dood
en wat God zelf heeft afgeschreven
zal niet herleven.

4. Al onze boosheid en ellende
ging met de Heer ter rust in 't graf.
Wij zijn ontslagen van de straf
en God wil zich weer tot ons wenden
als Zijn gekenden.
 
5. Zoals de Christus is verrezen
door 's Vaders heerlijk’ overmacht,
zo zijn ook wij aan 't licht gebracht
om nieuw te leven, zonder vrezen,
nu en na dezen.

Zegen
 
terug