De draad weer oppakken? De draad weer oppakken?
En Hij zei tegen hen: Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen.
(Johannes 21: 6)

De feestdagen zijn achter de rug. Daarna mochten we genieten van een wittwereld. Maar het is ook januari. En dat is toch de maand van 'gewoon' weer de draad proberen op te pakken, die van school, die van werk, die van het bezig zijn in en voor de kerk. Gelukkig maar dat we niet iedere dag alles opnieuw hoeven uit te vinden. Dat heeft een mens ook wel nodig. Het geeft een stuk vastigheid. Aan de andere kant kan de draad weer oppakken ook saai zijn en juist niet uitdagen om er weer voor te gaan.

In ons tekstgedeelte ontmoeten we de discipelen van Jezus nadat ze heel bijzondere dingen met Hem hebben meegemaakt. Hij is nota bene opgestaan uit de dood en daarna al twee keer aan hen verschenen. Bovendien had Hij op hen geblazen en toen gesproken over het ont­vangen van de Heilige Geest (Joh. 20: 22). Dat zijn toch geen kleine dingen. Wel gek dan dat dit in hoofdstuk 21 allemaal uit beeld lijkt te zijn. Of herkenbaar omdat na een 'vol' december januari heel 'leeg' kan aanvoelen? Alsof je over een drempel moet.

Petrus, de leider van de discipelen, de man van actie, hij houdt niet van stilzitten, en stelt voor om maar te gaan vissen. Hij grijpt terug op zijn oude ambacht, en de andere leerlingen volgen hem. Zoals gezegd konden ze op dat moment goed een 'boost' gebruiken, dus een ouderwet­se beloning van een goed stuk vakmanschap zou hen allen zeker goed hebben gedaan. Toch zit het er deze keer niet in. Het ligt niet aan hun kunde: ze weten dat ze 's nachts moeten vissen, met fakkels, om de scholen naar hen toe te lokken. Maar al hun inspanning levert niks op. Met lege netten varen ze 's morgens hui waarts…
Moe van alles willen ze vast snel naar bed. Maar dan is er die man. Hij die daar staat te kijken aan de oever.
Ja, en zeggen doet Hij ook nog wat. Hij klinkt heel vriendelijk, maar waar Hij hen toe oproept is wel veel­ gevraagd. Namelijk om weer uit te varen en het nog een keer te proberen. Maar er ging wel iets van die man uit, iets van gezag, autoriteit, een stem waar je eigenlijk wel naar moest luisteren. Daarom doen ze wat Hij zegt: het net deze keer aan de rechterkant uitwerpen, met als resultaat dat ze bijna niet meer aan wal kunnen komen omdat het net zo vol zit.

Waar gaat het hier nu eigenlijk over? Waarom vingen ze eerst niets, en aan de rechterkant volop? Nou, daarvoor moet je de Bijbel kennen. De rechterkant is in de Schrift de kant van de zegen. Daarom draagt bijvoorbeeld Benjamin die naam. Omdat het betekent 'zoon van de rechterhand', zoon van de zegen dus. De rechterkant is de plek waar God is, waar Hij werkt, waar Hij zijn zegen geeft. Dus als die dingen belangrijk voor ons zijn, dan moeten we dit jaar, met z’n allen, naar die plekken en momenten zoeken. Hoe komen we ze op het spoor?

Door te luisteren naar de stem van Jezus! Als we dat doen, mogen we zegen verwachten en zullen we net als Johannes in vers 7 uitroepen: "Het is de Heere!". Dan ontdek je dat Hij bezig is. Dat Hij een rode draad van red­ding, van heil en zegen door deze wereld aan het trekken is. Geloven is vooral beseffen dat God die draad heeft opgepakt en niet meer loslaat!
Ds. B.F. (Bas) Bakelaar
januari/februari 2026
terug