Ben jij er dan? Ben jij er dan?
Lukas 18 vers 1-8

We leven in een verwarrende tijd, feiten lijken er niet meer toe te doen, macht gaat voor recht en de Here God lijkt afwezig. Wat moet je dan? Jezus zegt met klem: 'Blijven bidden.' Om deze oproep te onderstrepen vertelt Hij een gelijkenis. Aan de ene kant stelt Jezus ons een weduwe voor ogen. Ze is een toonbeeld van kwetsbaarheid en weerloosheid. Model staat ze voor Israël en de gemeente. Er is haar groot onrecht aangedaan. Ze legt zich daar niet bij neer, maar staat op en protesteert. Ze gaat naar de rechter, de andere figuur, die Jezus ons tekent. Geroepen is hij om in Gods naam, het recht van de armen en de verdrukten, de wezen en weduwen, de vreemdelingen te laten gelden. De weduwe treft het evenwel slecht. De rechter bij wie ze hulp zoekt heeft geen ontzag voor God. In onze tijd en cultuur is dat geen functie-eis voor een rechter, maar in de bijbel wel. Deze rechter is niet alleen goddeloos maar ook onmenselijk. Dat hangt namelijk onlosmakelijk met elkaar samen.
Aan die arme weduwe is geen eer te behalen, geen geld te verdienen, met haar is geen deal te maken. Dit is het omgekeerde van de wereld, zoals deze God voor ogen staat. Hoewel ze talloze keren is afgewimpeld en weggestuurd, staat de weduwe elke dag weer op de stoep. Ze weigert zich het zwijgen op te laten leggen en geeft ze stem aan het onrecht, dat haar tegenstander haar heeft aangedaan en de rechter haar aandoet. Ten langen leste blijkt haar volharding niet vergeefs. De op macht beluste, onbewogen rechter komt in beweging en verschaft haar recht.
Zijn beweegreden is niet bepaald verheffend. De rechter gaat het gesprek aan. Niet met de weduwe of met haar tegenstander en al helemaal niet met de levende God. Hij gaat bij zichzelf te rade. In het Lucasevangelie is dat een typische trek van mensen, die alleen met zichzelf en hun eigen belang rekenen. Toch zal de rechter de weduwe recht doen. Daarbij handelt hij uitsluitend uit eigenbelang. Hij wil rust om ongestoord zijn gang te kunnen gaan.
Bovendien, wie weet vliegt die weduwe hem een keer aan. Die schande en vernedering zou ondraaglijk zijn. En dan vraagt Jezus: 'Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen?' Hij die allesbehalve voor eigen belang gaat. 'Ik zeg u dat Hij hen spoedig, plotseling recht zal doen' zegt Jezus.
Zo plotseling als de Here God eens, Israël deed ontkomen uit het rijk van de duisternis en de dood. Bidden dat is dus niet je neerleggen bij wat er gebeurt, maar opstaan, de handen vouwen en uit de mouwen steken.
De gelijkenis besluit met een indringende vraag. "Maar als de Zoon des mensen komt, zal hij dan het geloof vinden op aarde?" Het gaat hierbij niet om geloof in het algemeen, om een besef van het hogere, maar om het vertrouwen dat God Zijn koninkrijk zal doen komen, het zich daarnaar, met een niet te betomen verlangen, uitstrekken.
In die laatste opmerkelijke en klemmende vraag zegt Jezus. Zit niet in over de levende God. Hij houdt woord. Hij zal komen en recht doen. Maar jij, zul jij het volhouden om uit te zien, niet zozeer naar de toekomst, die antwoord geeft, maar naar de levende God die Zelf het antwoord is. Als de rechter van hemel en aarde niet in Zijn huis blijft zitten, denkt hij niet aan Zichzelf, maar komt en de weg af kijkt of Hij daar een sterveling waarneemt, die naar Hem uitziet. Ben jij, ben ik er dan? Aan ons is het antwoord.
 
maart/april 2026
terug