HISTORIE | Huidige kerk

Architect ir. M.C.A. Meischke kreeg na de sloop van de oude kruiskerk opdracht een nieuw kerkgebouw te ontwerpen. De nieuwe kerk moest op dezelfde plaats komen als de oude kruiskerk, moest geriefelijker zijn en herinneren aan Krimpens oude glorie, de walvisvaart. Het moest een gebouw worden op 'een groenen hoogte' en beeldbepalend zijn voor Krimpen aan de Lek.

Er werden diverse ontwerpen gemaakt, waaruit een keuze is gemaakt. Het bouwplan werd goedgekeurd en de eerste paal werd op 20 oktober 1939 geslagen. Vrij snel daarna, in december, was de zware betonnen fundering, rustend op 151 palen, voltooid. De verdere bouw werd door de strenge winter in 1940, het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de beperkte beschikking over bouwmaterialen bemoeilijkt.

De situering van het huidige kerkgebouw wijkt aanzienlijk af van die van de oude kruiskerk. De hoofdas van de oude kruiskerk lag nagenoeg Oost-West, zoals bij de meeste Gotische kerken het geval is. Het was echter niet mogelijk deze oude as te handhaven, want de te bouwen kerk werd 4 meter breder en de beschikbare ruimte buiten de dijk was beperkt. De kerk werd dus 90 graden gedraaid, zodat de hoofdas Noord-Zuid kwam te liggen, loodrecht op de rivier. Om te voorkomen dat het rivierwater in de kerk kon komen, werd de vloer 1,5 meter hoger aangelegd dan de vloerhoogte van de kruiskerk.

De eerste steen van de nieuwe kerk werd op 18 mei 1940 door ds G. Enkelaar gelegd. De kerk werd op 7 december 1940 in gebruik genomen. Tijdens de bouw van de nieuwe kerk werden de kerkdiensten gehouden in de schuur van een boerderij aan de Dorpsstraat, ten westen van restaurant Het Koetshuis.

De Kansel

De kansel, waarvan het grondvlak een zeskant is, heeft drie boeiende frontpanelen. In fijn houtsnijwerk vertellen ze al bijna vier eeuwen lang over de wederopbouw van de kerk. Elk paneel toont het jaartal 1615 en twee gekruiste scheepsankers. Zij vormden het symbool in het wapen van de Admiraliteit. In 1615 bestond de Admiraliteit uit de colleges van Middelburg, Rotterdam, Amsterdam, Hoorn en Dokkum.

Als eerbetoon aan Krimpen, na de door het dorp doorstane oorlogsellende, gaven drie van hen een gift aan de kerk als bijdrage in de herstelkosten. Dit komt in de panelen tot uiting. Bij het linkerembleem lezen we de letters A T A, in het middenpaneel A T R en rechts A T H. Dit zijn de afkortingen van de collegenamen 'Admiraliteit tot Amsterdam', 'Admiraliteit tot Rotterdam' en 'Admiraliteit tot Hoorn'.

Met elkaar in combinatie dragen de drie panelen nog het Admiraliteitsdevies: 'PUGNO PRO PATRIA' (Ik strijd voor het vaderland).

Het Doophek

Het doophek is gemaakt omstreeks 1735. Het is een uit eikenhout gesneden monument dat de herinnering aan de zeilende walvisvaart levend houdt. Het bestaat uit vijf bewerkte traveeŽn (panelen) , waarvan het middelste iets naar voren uit springt.

Het meest rechtse paneel vertolkt een fragment uit de geschiedenis. Ingelijst in een schelp, het schutssymbool van de zeevaart, zien we drie zeilende walvisschepen, twee bemande vangsloepen en enkele spuitende walvissen. Onder de schelp staat: 'De Groenlandse Visserij'. Het meest linkse paneel toont het wapen van Krimpen aan de Lek, drie liggende wassenaars, halve manen. In het paneel staat 'Crimpen op de Lecq'.

De drie middenpanelen vertellen over de families Van Holst, Van Barnevelt en Van der Geer. Martinus van Barnevelt behoorde met de familie Van de Geer en Van Holst tot de belangrijkste aandeelhouders van de walvisvaart. Martinus van Barneveldt was van 1722 tot 1759 Ambachtsheer van Krimpen aan de Lek.

Bij afwisseling woonde hij in Gorinchem of op het 'slot' van Noordeloos. Daar was hij Vrijheer. De zaken in Krimpen aan de Lek werden bij zijn afwezigheid geregeld door de Schout en Secretaris Krijn van Holst en de zeven Schepenen, waaronder Jan van de Geer. Zij waren aangesteld door de Ambachtsheer.

Het gehele doophek, in het bijzonder de drie voorste panelen, lijkt een bewijs te zijn van de goede relatie en harmonie in het bestuurscollege van Krimpen aan de Lek in die dagen. Martinus van Barnevelt en zijn vrouw Geertruijda van Bruijningh lieten hun wapens en hun namen op het dominerende fraaie middenpaneel graag flankeren door het paneel van Krijn van Holst en zijn vrouw Willemijntje Verhoef en dat van Jan van der Geer en zijn vrouw Neeltje de Jong.

Op het doophek ontbreekt de naam van de meesterhout-snijder.

Het Koorhek

Het koorhek is gemaakt omstreeks 1425 en deed voor de reformatie rond 1600 dienst als afscheiding van het koorgedeelte van de R.K kerk. Na de reformatie is het koor dicht gemetseld en voor de muur geplaatst.

Het onderste gedeelte bestaat uit zes traveeŽn (panelen) met toogpanelen, gescheiden door Toscaanse pilasters voorzien van groeven. De toogpanelen zelf hebben een druipversiering. Bij de restauratie in 1939 is het hek opnieuw gecomponeerd omdat het pas gemaakt moest worden tegen de rechte wand van de nieuwe kerk.

Het onderstel van de betimmering, waarvan slechts twee panelen aanwezig waren, werden met de plint geheel vernieuwd. Voor de aansluiting aan de voorfronten van de kerkeraadsbanken zijn twee panelen met bij passende profilering bijgemaakt.

De Herenbank

Banken voor de ambachtsheer, kerkelijke ambtsdragers en gemeenteleden kan men in bijna alle kerken nog vinden. Het rijkst van uitvoering waren de banken voor de plaatselijke heer en de overige gezagsdragers.

In de oude kruiskerk, welke gesloopt is in 1939, stond zo'n herenbank tegen de zuidelijke muur. In het kasboek van de kerkvoogdij bij de verantwoording van de jaarrekening van 26 januari 1757, vinden wij daar over de volgende aantekening:

"De schout en secretaris Gerrit van Holst, Krijns zoon, comt voor het jaarlijks opmaken en doen van deese rekeningh, en jaarlijks verhuuren der kerke goederen, bij moderatie als van ouds jaarlijks f. 3 = 15 = 0 en moet betaalen of sijn moeder, de wed. Krijn van Holst, voor de plaats daar haar bank staat in de kerk,regt onder het glas daar het Dorse wapen in geschildert staat. En die sijn vader zal voor sijn eijge rekening heeft laate maaken, om daar te laate staan, soo lang als er iemand van vaders successieťn in Crimpen woont. Volgens accoord met de kerkmeesteren gemaakt. Jaarlijks gemaakt de somma van f. 3 = 0 = 0 dog rekent dit om reden hem daar toe moverende als wordende gemelde bank present beseeten door sijn moeder en vrouw t' welk hier werd gebragt voor memorie."

In de nieuwe kerk in Krimpen aan de Lek stonden twee herenbanken. Deze waren tijdens de restauratie in 1939 gemaakt van het oorspronkelijke materiaal van wat eens de oude regeringsbank was. De ruggen en de zittingen waren nieuw gemaakt, maar de panelen en de uitgespaarde hoeken met in de uitsparingen een rozet, dateerden uit de eerste helft van de 18e eeuw.

De rechtse herenbank staat nog steeds in de kerk. Op deze burgelijke gemeentebank prijkt op de overhuiving het bekroonde wapen van Krimpen aan de Lek te midden van lauliertakken en quirlandes van eikenbladeren. Onder het wapenschild een bandenrol waarop is uitgebeeld Crimpen op de Lecq.

De Torenspits

Op de torenspits van kerk prijkt, in plaats van het gebruikelijke haantje, de afbeelding van een walvis. Een herinnering aan het feit dat in lang vervlogen tijden veel Krimpenaren ter walvisvaart uittrokken. Veel straatnamen houden de herinnering aan deze vervlogen tijden levend en getuigen mede van de industrie die nauw met de visvangst verbonden was.

 
Inloggen
© 2001-2017 Kerkaandelek.nl
Kerkaandelek.nl RSS feeds